A’lā Ḥaḍrat رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی عَلَيْه omarmde vroomheid zodanig dat tijdens zijn volwassenheid, het geluid van zijn voetstappen bij het lopen niet hoorbaar waren. Hij begon met vasten tijdens de Maand Ramadan-ul-Mubārak op de leeftijd van 7 jaar.
(Fatāwā Razawiyyaĥ, vol. 30, pp. 16)
Een gebeurtenis van zijn Jeugd
Sayyid Ayyūb
‘Alī رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی عَلَيْه vermeldde, dat toen A’lā Ḥaḍrat رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی
عَلَيْه nog
een kind was, er een leraar naar zijn huis kwam om hem de Quran te onderwijzen. Op een dag, tijdens de les, vroeg
de leraar aan A’lā Ḥaḍrat رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی عَلَيْه om een woord
van de Quran op
een bepaalde manier te reciteren. Het lukte hem maar niet om dit woord te reciteren, zoals de leraar het
wilde. De leraar sprak het woord uit met een Zabar, maar A’lā Ḥaḍrat رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی عَلَيْه sprak hetzelfde woord uit met een Zaīr.
Toen A’lā Ḥaḍrat’s
رَحْمَةُ
اللهِ تَعَالٰی عَلَيْه grootvader Maulānā Razā ‘Alī Khān رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی
عَلَيْه de
situatie opmerkte, riep hij A’lā Ḥaḍrat رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی
عَلَيْه bij zich.
Hij vroeg iemand om de Heilige Quran te brengen, zodat men naar het correcte woord kon kijken. Nadat hij de Heilige Quran had bekeken, ontdekte hij dat de Schriftgeleerde ten onrechte een Zabar, in plaats van een Zaīr, had geschreven. Oftewel, wat A’lā Ḥaḍrat رَحْمَةُ اللهِ تَعَالٰی عَلَيْه uitsprak, was correct. Zijn grootvader vroeg: ‘Aḥmad Razā! Waarom sprak u de woorden niet uit zoals de leraar het aan u vroeg te doen?’